Nieuws
Zitvolleybal voor de mini'sAanstaande donderdag is er een zitvolleybaltoernooi voor alle mini's ... verder lezen
Heren Olhaco krikken moraal op na zege op DonitasHet eerste mannenteam van Olhaco boekt belangrijke overwinning tegen de studenten van Donitas ... verder lezen
Dames Olhaco verrassen ook tegen ReflexWederom een knappe zege van de Olhaco dames, ditmaal tegen Reflex uit Kampen ... verder lezen
Pokertoernooi in TrasseltHet toernooi op 9 februari begint om 19:00 en is uitsluitend voor leden/vrijwilligers van Olhaco ... verder lezen
Dames Olhaco stunten in SneekDe dames van Olhaco boeken een 3-1 overwinning tegen Sneek 3 ... verder lezen
Nieuwsbrief opgave
Wilt u op de hoogte blijven? Geeft u zich dan op voor onze nieuwsbrief door onderstaand formulier in te vullen.
* verplichte velden.
Wilt u geen nieuwsbrief meer ontvangen? klik dan hier om af te melden.
Olhaco » jeugd » mini s informatie »
Spelregels Mini Volleybal Niveau 1-6
Om de Spelregels van het Mini Volleybal door te nemen kun je onderstaande pagina’s bezoeken
- Spelregels niveau 1
- Spelregels niveau 2
- Spelregels niveau 3
- Spelregels niveau 4
- Spelregels niveau 5
- Spelregels niveau 6
Toelichting op de regels
Voordat u de zaal in gaat: belangrijke informatie!
Het is voor trainers / begeleiders, verenigingen en toernooi- of wedstrijdorganisatoren meer dan de moeite waard alle nu volgende informatie aandachtig door te lezen. Alle niveaus en begeleidende teksten zijn in één document ondergebracht. Dit om de aandacht te vestigen op en inzicht te geven in de onlosmakelijkheid van de verschillende niveaus.
Dit document is tot stand gekomen op basis van de regels en leerdoelen die golden vanaf 2002. De
veranderingen in de spelregels 2007 – 2010 komen voort uit een landelijke evaluatie spelregels Circulatieminivolleybal (CMV), die in februari 2006 is afgerond. In deze landelijke evaluatie hebben alle verenigingen, trainers, begeleiders en organisatoren die actief zijn binnen het CMV, de mogelijkheid gehad om knelpunten en moeilijkheden in de spelregels aan te geven. De respons stemde zowel kwantitatief als kwalitatief tot tevredenheid. De landelijke werkgroep CMV heeft met behulp van de uitkomsten van de evaluatie, nieuwe spelregels CMV ontwikkeld en getest. Het resultaat is op de volgende pagina’s te lezen. Deze spelregels hebben een geldigheidsduur van 1 januari 2007 tot en met 31 juli 2010.
Samenhang: het Dakpanmodel
De kracht en het succes van het Circulatie-minivolleybal heeft te maken met de toegankelijkheid van het
spel voor alle deelnemers in en buiten het veld. Dit komt vooral tot uiting in het enthousiasme en de beleving op en rond de talloze velden in het hele land. Deze kenmerken moeten altijd behouden blijven en vormen daarmee de randvoorwaarden voor verdere ontwikkeling van de niveaus. Daarnaast verdienen natuurlijk de organisatoren alle lof voor de afgelopen seizoenen: deze onmisbare schakels in het geheel verzetten veel werk om alles zo goed mogelijk in banen te leiden.
De circulatie-minivolleybalniveaus 1 t/m 6 zijn een uniek geheel. In feite vormen zij samen een zeer
doordachte opbouw voor het leren spelen van volleybal. Niet alleen de spelregels, maar vooral ook de
ontwikkeling van de volleybalvaardigheden zijn hierbij cruciaal. Belangrijk is te realiseren dat de niveaus
samen de bouwstenen vormen, waardoor er geen enkele gemist of overgeslagen kan worden. Het
beheersen van het niveau is een voorwaarde voor het spelen van het volgende. Een niveau overslaan werkt simpelweg niet. De spelers hebben hun oefen- en speeltijd op elk niveau hard nodig; hoe meer, hoe beter. Om vooral de verenigingen en hun trainers / begeleiders een goede houvast en een leidraad te bieden, zijn er voor elk niveau leerdoelen geformuleerd. In het spelend leren van volleybal beschrijven de leerdoelen niet alleen de technische aspecten (bijv. een bepaalde volleybaltechniek) van het betreffende niveau, in sommige gevallen zijn zij ook een voorbereiding op het volgende niveau. Spelers zullen een bepaald niveau spelen, maar gedurende het seizoen in hun ontwikkeling en beheersing van volleybal in het volgende niveau hun uitdaging vinden. In dit opzicht kunnen we spreken van een Dakpanmodel.
Een voorbeeld: op niveau 3 is het onderarms spelen een belangrijk leerdoel. Ook komt het op dit niveau
terug als vaardigheid om een speler ‘terug te verdienen’.
Op niveau 4 wordt er van uitgegaan dat het onderarms spelen in redelijke mate beheerst wordt, er moet immers verplicht drie keer gespeeld worden. Het is dus van belang op niveau 3 langzaam toe te werken naar het peil van onderarms spelen zoals dat op niveau 4 nodig is.
Een ieder dient zich er natuurlijk wel van bewust te zijn dat het motorisch leren van een kind bij de één
sneller gaat dan bij de ander. Het is aan trainers om dit proces goed te begeleiden.
Belangrijkste veranderingen ten opzichte van de vorige spelregeluitgave
Algemeen
Leeftijdsgrenzen Het is slechts toegestaan om 1 niveau lager te spelen dan het niveau waar de speler officieel in hoort te spelen (conform de gestelde leeftijdgrens). Het blijft echter wel toegestaan om hoger te spelen dan het niveau dat correspondeert met de leeftijd. Voor nieuwe spelers kan dus gelden dat deze spelers eerst via trainingen op een dusdanig niveau moeten komen, voordat er deelgenomen kan worden aan de competitie. Er moet voorkomen worden dat een speler van bijvoorbeeld 11 jaar
tegen een speler van 7 jaar moet spelen. Dit vanwege sociaal-emotionele gronden voor het oudere kind, onrechtvaardigheid naar het jongere kind.
De leeftijdsgrenzen voor seizoen 20010-2011 zijn:
CMV 6: geboren op of na 01-10-1998
CMV 5: geboren op of na 01-10-1999
CMV 4: geboren op of na 01-10-2000
CMV 3: geboren op of na 01-10-2001
CMV 2: geboren op of na 01-10-2002
CMV 1: geboren op of na 01-10-2003
Ballen: Om gelijkheid in de speelbal voor het CMV te krijgen, zijn er verschillende ballen voor het CMV getest en goedgekeurd. Dit betreft ballen van de merken Mikasa, Gala en Molton. Wij kunnen het ons voorstellen dat uw vereniging reeds een aantal ballen heeft aangeschaft, vandaar dat deze regel geleidelijk wordt ingevoerd. De goedgekeurde ballen worden op de volgende pagina weergegeven.
Niveau 2
Beginbal: De bal wordt vanaf elke plaats in het veld verplicht met een onderhandse opslag over het net geslagen, waarbij de bal het net mag raken. Op de plaats waar een fout gemaakt werd, wordt opgeslagen. Het is dus niet toegestaan om de bal naar de tegenstander te rollen of naar een goed spelende teamgenoot. De essentie hiervan is dat het spel zo snel mogelijk weer hervat wordt: het aantal balcontacten neemt op deze manier toe.
Terugkeren: Alle spelers mogen terugkeren in het veld wanneer een speler de bal met twee
armen via de onderarmse techniek omhoog speelt en waarna de bal aan de eigen
kant van het net door hemzelf of door een teamgenoot gevangen wordt.
Niveau 3
Onderarms spelen Elke bal die over het net gegooid wordt, moet door de tegenstander met twee
armen via de onderarmse techniek aan de eigen kant omhoog gespeeld worden. Een teamgenoot vangt de onderarms opgespeelde bal (tenzij de speler alleen in het veld staat, dan vangt hij zijn eigen bal) en gooit de bal over het net naar de tegenstander. Elke keer als deze actie slaagt, wordt er een speler terugverdiend.
Niveau 4
Vanggooibeweging Er is een aantal regels ingevoerd om de vanggooi- of vangstootbeweging
zorgvuldiger uit te voeren. Zo mag de speler tijdens de vanggooi of vangstootbeweging zich niet omdraaien, niet lopen met de bal en mag hij de bal maximaal 2 sec. vasthouden. Dit om meer snelheid in het spel te houden en om de beweging vloeiend te laten verlopen.
Niveau 5
Bonuspunt Het team dat de bal in één rally drie keer weet samen te spelen krijgt een
bonuspunt. Dit bonuspunt wordt direct bij de score opgeteld. Dit om het drie keer
samenspelen te stimuleren.
Naast deze spelregelwijzigingen zijn er op alle niveaus wijzigingen aangebracht die een minder grote
invloed op het spel zullen hebben, maar zeker niet over het hoofd gezien mogen worden. Voor een
uitgebreide uitleg van alle spelregels en de spelregelveranderingen, zie de spelregels.
Visie op de spelregels
Spelregels moeten in dienst staan van spelplezier. Dat betekent dat we bij CMV niet kiezen voor een
programma dat slechts gericht is op winnen, maar meer voor een programma dat gericht is op plezier,
gekoppeld aan een competitie element. Trainers en scheidsrechters moeten anders omgaan met het
regelen van het volleybalspel. We moeten meer kijken naar de persoonlijke vooruitgang in de vaardigheden.
In de ontwikkelingsfase bij kinderen speelt de ontwikkeling van het bewustzijn van regels een belangrijke rol. Het accepteren van regels is daarbij net zo belangrijk als het begrijpen van regels. Omdat het toepassen van spelregels voor kinderen zo moeilijk is, is het ook van belang ze zodanig aan te passen dat het spel speelbaar blijft en de kinderen er plezier aan beleven. In de visie van de NeVoBo moet het spel aangepast worden aan het kind. Dit betekent dat spelregels, veldgrootte en spelvorm aangepast zijn aan de ontwikkelingsfase van het kind.
Elke jeugdspeler, of het nu een hoge of lage vaardigheid heeft moet succesbeleving ervaren. De
vooruitgang wordt veroorzaakt door de eigen bekwaamheid en de inspanning die de speler doet om haar bekwaamheid te vergroten. Jeugd moet geleerd worden als ze een maximale prestatie geleverd hebben, ze nooit verliezers zijn. Spelregels moeten veel meer een gereedschapsfunctie hebben. De regels worden alleen maar toegepast als het belang van het spel er gebaat bij is. Gelet op onze visie is dit laatste het geval. Trainers, coaches en scheidsrechters moeten regels toepassen in het belang van het spel en de jeugdspeler. Dat betekent dat ze in staat moeten zijn deze regels flexibel en soepel te hanteren, afhankelijk van het vaardigheidsniveau van de spelers. Spelregels moeten het spelplezier bevorderen. Bij het CMV wordt niet enorm streng op techniek gefloten. De bal in het spel houden is belangrijk. Het arbitreren dient afgestemd te zijn op de vaardigheidsniveaus. Bij niveau 4,5 en 6 is spel een doel op zich. Dat wil zeggen dat het moment van spelen belangrijk is. Dat moment moet leuk, attractief, speels en vol beweging zitten. Tel daarbij dat het de ontwikkeling en het spelplezier van kinderen niet ten goede komt om op de bank te zitten, vandaar de verplichte indraairegel.
Toch moeten we tot duidelijke regelgeving komen en deze consequent toepassen om discussies te
voorkomen. Belangrijk is dat scheidsrechters geïnstrueerd worden voor ze een wedstrijd gaan fluiten. De NeVoBo biedt een mogelijkheid tot bijscholing.
Toelichting bij de niveaus voor trainers/ begeleiders en organisatoren
1. Zorg ervoor dat de belijning duidelijk zichtbaar is voor de spelers en dat deze conform de afmetingen
zijn die bij het niveau horen. Het is cruciaal voor de oriëntatie in de ruimte en de ontwikkeling daarvan.
Sporthalbeheerders zijn veelal bereid extra lijnen op de vloer aan te brengen. Lijntape in een opvallende kleur vormt een goed alternatief.
2. Wanneer in de tekst speler, trainer en begeleider staat bedoelen we natuurlijk ook speelster, trainster en begeleidster.
3. Bij elk niveau staat de leeftijd aangegeven. Dit is de leeftijd waarop de speler een bepaald niveau zou moeten kunnen spelen, waarbij we aannemen dat de speler de voorafgaande niveaus heeft doorlopen.
Het is toegestaan om spelers 1 niveau onder de leeftijdsindicatie te laten spelen. Is de speler een
beginnende volleyballer, dan is het aan de trainer/coach om de juiste inschatting te maken van het
niveau waarop de speler kan beginnen. Soms is het verstandiger om eerst via trainingen het niveau
onder de knie te krijgen dan direct competitie te gaan spelen.
4. Op alle niveaus wordt steeds 4 tegen 4 gespeeld. Het advies is om de totale ploeg uit maximaal zes
spelers te laten bestaan.
5. Hoe komen de wisselspelers in het veld? Op niveau 1,2 en 3 is het doel het veld van de tegenpartij leeg te spelen. Per niveau is er steeds een moeilijkere voorwaarde om de spelers weer terug te laten komen in het veld (zie de regels per niveau). De spelers die naast het veld beginnen zijn de eerste spelers die in het veld komen op het moment dat aan die voorwaarde voldaan is. Op niveau 4,5 en 6 wordt er verplicht ingedraaid op de opslagplaats.
6. Speelbal: er zijn een aantal ballen van verschillende merken getest en goedgekeurd. Deze ballen
voldoen aan de volgende eisen: omtrek: 65 - 67 cm. Gewicht: 200 - 240 gram. Spanning: 0.175 - 0.225
kgf/cm2. De verschillen tussen de merken treden op in kleur, duurzaamheid en de materiaalkeuze voor
de buitenkant. De wedstrijden dienen gespeeld te worden met één van de onderstaande goedgekeurde
volleyballen:
- Mikasa YV-1 (Youth)
- Mikasa SV-2 (School)
- Mikasa MGV-200
- Mikasa MGV-230
- Mikasa MVP-2001-LW
- Gala BV 5271 S (210)
- Gala BV 5231 S (230)
- Molten SSVB-4 (Volley School)
Wij kunnen het voorstellen dat uw vereniging reeds een aantal ballen heeft aangeschaft die hierboven
niet vermeld staan. De regel van de speelbal wordt daarom geleidelijk ingevoerd. Wij bevelen met klem
aan om zo snel als uw situatie het toe laat met één van bovenstaand type ballen te gaan spelen. Deze
lijst met goedgekeurde ballen kan uitgebreid worden wanneer er nieuwe types aangeboden worden.
7. Het spel wordt door één persoon geleid. Naast gedegen kennis van het niveau dient deze ervoor te zorgen dat de wedstrijd van begin tot eind ordelijk verloopt. In dit opzicht treedt hij of zij ook als pedagoog op en mag daarbij hulp verwachten van de begeleiders van de spelende teams. Veel
toernooi- en wedstrijdorganisatoren hebben er een goede gewoonte van gemaakt scheidsrechters en
teambegeleiders vooraf in te lichten over de spelregels van de verschillende niveaus. Voor de deelnemende verenigingen ligt hier ook een belangrijke taak. De waarde van consequente, duidelijke en
kindvriendelijke leiding mag duidelijk zijn!
8. Zorg op de toernooien voor een redelijke verhouding tussen het aantal wedstrijden en de tijd die
ertussen zit.
9. Zorg voor aanvang van elk toernooi voor korte een “spelregel bijeenkomst” met alle coaches,trainers, scheidsrechters en organisatoren. Op deze bijeenkomst die 5 minuten kan duren, worden snel alle spelregels doorgenomen om onduidelijkheid voor het betreffende toernooi te voorkomen.
10. Alle vorige (circulatie-)minivolleybal spelregeluitgaven komen hiermee te vervallen.
11. Ontstaat er een situatie waarin dit reglement niet voorziet, dan is dit ter beoordeling van de
wedstrijdleiding. De officiële NeVoBo spelregels zijn van toepassing.









